Toen het kabinet zondag 15 maart de sluiting van alle scholen en de horeca bekend maakte en het afgelasten van alle evenementen tot voorlopig 6 april, was het voor iedereen wel duidelijk dat dit ingrijpende gevolgen zou gaan krijgen. De achtergrond van dit besluit om de verdere verspreiding van het virus in te dammen, maakte ook dat er alle begrip was voor deze ongekende maatregel, wat de gevolgen ook zouden zijn.

 

In de loop van de dagen na die 15e maart begonnen de gevolgen zich duidelijker af te tekenen voor de hele samenleving en dus ook voor de akkerbouw. Bijvoorbeeld voor het persoonlijke leven van akkerbouwers en hun gezinnen. In eerste instantie had men de boeren niet bij de cruciale beroepen ingedeeld, de rest van de voedselketen overigens wel. Na de eerste meldingen dat akkerbouwers hun kinderen niet naar de speciale opvang voor de cruciale beroepen konden brengen, heeft de NAV dit samen met andere organisaties aangekaart en zijn ook de boeren aan die lijst toegevoegd.

 De situatie op de akkerbouwmarkten

De markten voor akkerbouwproducten reageerden sterk op de nieuw ontstane situatie. Samen met het verder crashen van de aandelenkoersen en de instortende olieprijs, zakte eerst ook de graanprijs in elkaar om later weer op te krabbelen, omdat er wel veel vraag was. De suikerprijs zakte weer ver terug na een periode van hoopvolle stijging. De uienafzet bleef redelijk overeind. En de vrijwel op slot zittende peenmarkt kwam weer in beweging. De tafelaardappelen waren in de supermarkten niet aan te slepen. De consument trof regelmatig lege schappen aan, omdat de logistiek niet voorbereid was op deze vraagexplosie.

De zetmeelcampagne is zo goed als achter de rug. Veel pootgoed is al op zijn bestemming, maar ook een heel deel moet nog worden geleverd. Voorlopig is de verwachting dat de meeste leveringen wel door zullen gaan. Er is al wel sprake van annuleringen.

Na een paar dagen bleek de markt van fritesaardappelen het sterkst geraakt te zijn. De Nederlandse fritesindustrie levert vooral aan de horeca, evenementen, sportkantines enz. Men noemt dit het ‘out of door’ segment. En daar was door de overheidsmaatregelen in Nederland en in een groot deel van de wereld waar dezelfde soort maatregelen waren getroffen, de vraag tot vrijwel nul teruggevallen.

 Ledenpeiling naar de gevolgen van de Coronacrisis

Om zicht te krijgen op welke gevolgen akkerbouwers al ondervonden heeft de NAV woensdag 18 maart een korte vragenlijst naar de leden verstuurd, waarin per gewas aangegeven kon worden of men schade ondervond en een vraag over hoe hoog men de eventuele schade inschatte.

Het bleek dat akkerbouwers zich vooral zorgen maakten over de afzet van fritesaardappelen en ook over de afzet van pootgoed. De verschillen zijn groot, want er zijn telers die de schuur al leeg hebben en telers die nog niets hebben afgeleverd. Hieronder een samenvatting van de verdere resultaten:

  1. Doordat de fritesfabrieken momenteel niet contracteren voor 2020 is een klein deel van de consumptieaardappeltelers bezorgd over het verkrijgen van pootgoed. Tegelijkertijd is ongeveer hetzelfde deel van de pootgoedtelers bezorgd over verlies van binnenlandse afnemers. De NAV raadt consumptieaardappeltelers daarom aan om contact op te nemen met handelshuizen om dit gat te dichten.
  2. Van de pootgoedtelers ziet 35% de afzet naar het buitenland afnemen door wegvallende orders en gesloten grenzen. De NAV roept de minister op om zoveel mogelijk in te blijven zetten op vrij verkeer van landbouwgoederen over de grenzen.
  3. Van de uientelers ziet ook ongeveer 35% problemen, met name door het wegvallen van afnemers en lage prijzen.
  4. Voor de andere gewassen ziet 20% problemen bij de afzet van graan, maar door de nu stijgende graanprijzen kan dat binnenkort anders zijn.
  5. Bij de inschatting van de schade gaf 18% aan geen schade voor het eigen bedrijf te verwachten, 50% schat de schade op maximaal € 50.000, 18% tussen de € 50.000 en € 100.000 en 14% meer dan € 100.000. Dit is uiteraard een momentopname t/m week 12 en kan met veranderende omstandigheden toe- of afnemen.
  6. Van de respondenten gaf ruim 45% aan nog geen beroep te hoeven doen op de steunmaatregelen voor ondernemers. 38% weet het nog niet en 12% geeft aan uitstel voor betalen van de belastingen aan te zullen vragen.

De fritesaardappelen

Donderdagmiddag 19 maart bleek tijdens een (telefonisch) overleg van de aardappelketen dat er waarschijnlijk voor 1 miljoen ton fritesaardappelen van oogst 2019 geen normale afzet meer is. De voorraad consumptieaardappelen wordt half maart geschat op 1,5 miljoen ton. In de huidige marktsituatie schat men dat nog een 0,5 miljoen ton verwerkt en afgezet kan worden. Dat betekent dat er voor 1 miljoen ton een alternatieve afzet gevonden moet worden. De aardappelen die al vastgelegd zijn voor de tafelsector en de droogindustrie zullen hun weg wel vinden. Het gaat dus vooral om de aardappelen die voor de fritesindustrie bestemd zijn. In het ketenoverleg zijn verschillende mogelijkheden aan de orde geweest. Extra aardappelen naar de zetmeel- of droogindustrie is beperkt mogelijk. Bepaalde fritesrassen zijn ook geschikt voor verse consumptie. Dat kanaal zou wat extra aardappelen kunnen opnemen, omdat de vraag naar tafelaardappelen groot is. Hierbij moet voorop staan dat dit niet de reguliere tafelaardappelen voor de voeten loopt. Waarschijnlijk is er richting vergisting wel een mogelijkheid om een substantieel deel af te zetten.

Omdat met bovenstaande opties nog geen alternatieve afzet is voor de volledige 1 miljoen ton, zijn de NAV en de POC druk op zoek naar ideeën voor andere afzetmogelijkheden. Onder andere door een brainstormsessie met allerlei mensen, organisaties en influencers wordt geprobeerd zoveel mogelijk wilde en minder wilde mogelijkheden te verzamelen. In de loop van mei zijn de aardappelen met alleen buitenluchtkoeling niet meer te bewaren. Voor die tijd moeten zoveel mogelijk aardappelen een plek vinden. De NAV vindt dat de sector zich tot het uiterste moet inspannen om voedselverspilling te voorkomen. Er wordt daarnaast ook een beroep op de overheid gedaan om de sector bij deze uitdaging te helpen en betrokken telers te steunen. Inmiddels wordt in overleg in de keten gewerkt aan een systeem waarbij de aardappelen sowieso bij de boeren de schuur uitgaan, zodat storten niet nodig is.

Uniforme schaderegistratie

De zoektocht naar alternatieve afzet is vooral gericht op het voorkomen van voedselverspilling. De teler zal waarschijnlijk nauwelijks een vergoeding hiervoor krijgen, in ieder geval een veel lagere prijs dan tot begin maart te voorzien was. Financieel zal er dus zeker nog sprake van schade zijn. Daarom wordt er ook gewerkt aan een uniform systeem voor akkerbouwers om de geleden schade in kaart te brengen.