De NAV vindt dat wat er nu nodig is, om het vertrouwen te herstellen en om de rust terug te krijgen in de landbouwsector, een langjarig landbouwakkoord is. En dan denken wij vooral aan een breed gedeelde visie over hoe de sector er in pakweg 2050 uit zal zien. Hoeveel landbouw is er dan in Nederland? En hoeveel voedselproductie is dan nodig en gewenst? Welke producten worden geproduceerd, welke gewassen worden geteeld en waar? Wat is het aandeel van gewassen voor de biobased economie? Hoe kunnen we dit alles bereiken binnen de ecologische grenzen? Hoe gaan we om met kunstmest en hoeveel dierlijke mest is nodig voor gewasgroei? Wat is de kritische massa die nodig is om de ketens en de kennisinfrastructuur in stand te houden?

Als er een akkoord is over waar we naartoe willen, is het in onze ogen veel makkelijker om de weg daarnaartoe te vinden. Bovendien zal het hopelijk die boeren geruststellen die nu het gevoel hebben dat het helemaal niet de bedoeling is dat er landbouw blijft in Nederland. Dat betekent weer dat jonge ondernemers het niet opgeven en dat er op die manier boeren en dus de voedselproductie blijven in Nederland.

Perspectief

De NAV denkt dat een dergelijk akkoord de kern is van het nu ontbrekende perspectief voor de sector. Er is veel discussie over dit perspectief sinds minister Van der Wal haar brief over de stikstofplannen heeft gepubliceerd op 10 juni jl. Minister Staghouwer publiceerde tegelijkertijd de zogenaamde ‘perspectiefbrief’ die door de hele Tweede Kamer, inclusief coalitiepartijen, naar de prullenbak werd verwezen. De uitkomst is bekend, Staghouwer trad op 3 september af. Er lijkt nog niet veel voortgang te zitten in het vinden van een opvolger. Ondertussen werkt de heer Remkes nog steeds aan een rapport naar aanleiding van alle gevoerde gesprekken en neemt daarbij ook het perspectief voor de sector mee.

Overvloed aan plannen

Remkes kan putten uit een overvloed aan plannen. Dit artikel geeft eerst een min of meer chronologisch overzicht van een groot deel van de plannen en voorstellen (die van politieke partijen zijn hier niet meegenomen). Plannen niet alleen van de afgelopen maanden, maar ook van de periode in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 2021. We beginnen bij onszelf: de NAV heeft in 2020 haar toekomstvisie uitgebracht en in februari 2021 een tienpuntenplan. Daarin pleiten wij o.a. voor een fatsoenlijk inkomen, behoud van akkerbouwgrond, verlaging van de regeldruk, sturen op doelen i.p.v. voorschrijven van middelen en voor een langdurig landbouwakkoord.

De Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) heeft in 2020 gepleit voor het principe ‘functie volgt bodem’ en voor meervoudig gebruik van grond. Dus landbouw en natuur, of landbouw en waterberging bijvoorbeeld.

Agractie kwam in april 2021 met een visiedocument, gericht op 2030. Daarin stellen zij transparante ketens voor, een Gedragscode in de Keten, een Agrarische Hoofdstructuur en een basisvergoeding voor boeren die aan landschapsbeheer doen. Daarnaast pleiten zij voor een Landschapscommissie die de strijd om de ruimte beslecht, een Grondbank en aandacht voor de zoetwatervoorziening.

Wageningse onderzoekers kwamen in mei 2021 met het plan om de landbouw in twee ‘soorten’ te verdelen: intensieve landbouw op de kleigronden en natuurinclusieve landbouw op de zandgronden en in de veenweidegebieden. Intensieve veehouderij zou rond Schiphol en de haven van Rotterdam moeten komen.

ABD Topconsult, een groep overheidsconsultants van de Algemene Bestuursdienst, stelde in april 2021 vergelijkbare oplossingen voor: landbouw met daarbij bescherming tegen functieverandering op grond die zeer geschikt is voor landbouw, haal slechte ‘buren’ uit elkaar, cluster functies waar nodig en bescherm landbouw, natuur en karakteristieke landschappen tegen distributie- en datacenters en bouwopgaven.

Het NAJK heeft in mei 2021 samen met jongerenraden van diverse coöperaties een manifest met vijf punten gepresenteerd voor het nieuwe kabinet: 1. Heb oog voor het langetermijn perspectief en verander niet steeds de regels; 2. Stel doelen in plaats van detailregelgeving en bescherm landbouwgronden; 3. Prioriteer de positie van boeren en telers in de keten; 4. Behoud instrumentarium om bedrijfsovername mogelijk te houden en 5. Zet in op betere educatie en informatievoorziening over de land- en tuinbouw.

Ook in juni 2021 kwam de Sociaal Economische Raad (SER) met haar rapport over de mogelijkheden van een landbouwakkoord, onderzocht op verzoek van minister Schouten n.a.v. een motie van Bisschop (SGP). De SER ziet het als volgt voor zich: ‘In 2050 is de landbouw in economisch, ecologisch en sociaal opzicht duurzaam: boeren en hun medewerkers verdienen een eerlijk inkomen, werken met behulp van energieopslag in een emissiearme landbouw zonder vervuiling en dragen bij aan een vitale sector waarin mensen veilig kunnen werken en zich verder kunnen ontwikkelen.’ Hiervoor is consistent en langjarig beleid nodig. Men onderscheidt vervolgens zeven transitiepaden. Belangrijk voor perspectief en vertrouwen is dat de overheid zich committeert aan langetermijn doelen en regelgeving, waarvan alleen in noodgevallen wordt afgeweken. Wat betreft de strijd om de ruimte stelt de SER: ‘Belangrijk uitgangspunt is om vruchtbare grond zoveel mogelijk te reserveren voor de grondgebonden landbouw.’ In het rapport wordt verder uitgebreid ingegaan op het proces, de randvoorwaarden en de borging van de voortgang, maar niet op de gewenste productie.

LTO heeft in mei 2022  een manifest uitgebracht. Een aantal hoofdlijnen: weerbare planten en dieren, een eerlijke prijs voor voedsel, geen import door de supermarkten wanneer de producten hier leverbaar zijn, een ‘Oranjebonus’ voor lokaal geproduceerd voedsel, gelijk speelveld binnen en buiten de EU, verduurzaming, langjarige (25 jaar) contracten voor ecosysteemdiensten en een wet Strategisch Belang Land- en tuinbouw. Deze wet moet vruchtbare landbouwgrond beschermen tegen opkoop ten behoeve van natuur, bouw en industrie maar ook tegen opkoop door buitenlandse bedrijven en mogendheden.

In juli 2022 heeft een groep boerenorganisaties (o.a. Biohuis en Caring Farmers) het Groenboerenplan gepresenteerd. Enkele hoofdpunten zijn een behoorlijk prijs voor de boer, grondgebonden kringlooplandbouw, voorlopers en verduurzaming steunen, extensiveren mogelijk maken door actief grondbeleid en korte ketens stimuleren.

En tenslotte kwam de Transitie Coalitie Voedsel (TCV) in augustus 2022 met een plan getiteld ‘Toekomst zoekt boer’. Uitgangspunt is dat Nederland niet zonder boeren en voedselproductie kan. Er worden in de toekomst drie ‘soorten’ boerenbedrijven gezien, nl. intensieve, natuurinclusieve/extensieve en multifunctionele. En er worden maatregelen voor de korte, middellange en lange termijn genoemd, waaronder verplichte bijmenging van het winkelaanbod met duurzame producten.

Overeenkomsten

Alle plannen overziend, valt een aantal hoopgevende overeenkomsten op. Breed klinkt de roep om langjarig beleid en niet steeds wisselende regelgeving. Veel plannen spreken over bescherming van landbouwgrond tegen functieverandering. Ook veel genoemd: overgaan van de huidige zeer specifieke methodenregelgeving naar sturen op doelen. En zowaar wordt hier en daar verwezen naar bijsturen van de markt. Ook het stimuleren van consumenten om meer duurzamere producten te kopen komt veel terug.

Conclusie

Onze conclusie is, dat de roep om een langjarig akkoord breed gedragen wordt. Wat wij in de meeste plannen wel missen is een beeld van hoeveel landbouw, hoeveel voedselproductie en hoeveel productie voor de biobased economie er nodig is over 30 jaar. Veel plannen focussen op de milieunormen en de ruimtelijke ordening, maar zou daarin ook niet de gewenste productie een belangrijke rol moeten spelen? Wat wij ook missen in de algemene discussie, is de realisatie dat landbouw een groot deel van de oplossing in handen heeft voor toekomstige uitdagingen op het gebied van klimaat bijvoorbeeld, door het binden van CO2.

Minister Van der Wal vindt dat de gebiedsgerichte aanpak de invulling is van een landbouwakkoord. Maar juist een landbouwakkoord moet landelijk worden geregeld, om de ruimtelijke invulling goed vorm te geven en om het totaalplaatje voor ogen te houden. Laten we niet dezelfde fout maken als bij de ‘verdozing’ die aan individuele gemeenten wordt overgelaten!

Kortom, op korte termijn moet er uiteraard worden gewerkt aan dringende opgaven, maar tegelijkertijd moet er wat ons betreft een breed gedragen visie worden opgesteld die rust in de tent brengt en de sector toekomst biedt. Daarbij gaat het niet alleen om praten over hoe maar vooral ook over waar naartoe! Zo’n akkoord is dus geen vertraging van de huidige opgaven, maar dwingt wel tot bezinning om geen onherstelbare zaken nu snel door te voeren. De NAV nodigt iedereen en zeker ook beleidsmakers en politici uit om hierover met ons het gesprek aan te gaan!