De NAV heeft op 6 maart haar jaarcongres gehouden over gewasbescherming. Daar hebben we een 10-punten-plan gepresenteerd, opgesteld na discussies met onze leden op de regioavonden. We geven u hier de tien punten en uitleg hoe we daar mee verder gaan.

1. Voor alle akkerbouwteelten moeten voldoende gewasbeschermingsmiddelen beschikbaar blijven: dit lijkt een open deur, maar de NAV vreest dat nog lang niet iedereen door heeft dat teelten uit Nederland dreigen te verdwijnen met het verdwijnen van gewasbeschermingsmiddelen. Daarmee worden we afhankelijk van importproducten waar vaak meer residu op zit, dus wat betreft voedselkwaliteit gaan Nederlanders er dan niet op vooruit. Ons pleidooi om er voor te zorgen dat er per teelt wel mogelijkheden blijven om ziekten en plagen te beheersen wordt gelukkig gesteund door Eurocommissaris Hansen, die in zijn landbouwvisie en in de Omnibusregeling voorstelt om geen middelen te verbieden als er geen alternatief is en een teelt daardoor verdwijnt.

2. Producten in de winkels die residuen van middelen bevatten die niet in Nederland zijn toegelaten, uit de schappen halen: in de huidige situatie worden producten met residuen van hier verboden middelen gewoon verkocht. Eurocommissaris Hansen wil ook hier wat aan doen, door het maximum residu level (MRL) voor middelen die in de EU verboden zijn gelijk te stellen aan de detectiegrens (ook in de Omnibusregeling). De NAV steunt dat voorstel van harte. Maar voor het zover is roepen wij ketenpartijen en dan met name de retail op om stappen te zetten. Nu wordt door de supermarkten vaak goedkoper importproduct met schadelijk residu verkozen boven iets duurder Nederlands product.

3. Akkerbouwers doen er alles aan om emissie te voorkomen (veldspuit binnen, kantdoppen, schoonspoelen enz.): er is echt meer discipline vereist van alle boeren die gewasbeschermingsmiddelen spuiten. Als iedereen zich aan de regels houdt worden middelen minder vaak in het milieu teruggevonden en komt er ook minder discussie over. Dat betekent dat middelen langer behouden kunnen blijven als iedereen netjes werkt.

4. Akkerbouwers spuiten niet meer ‘s avonds langs bebouwing tenzij afgesproken met omwonenden: in alle discussies blijkt dat omwonenden vooral beter willen weten wat er wordt gespoten en wanneer. De NAV kijkt hoe we de communicatie met omwonenden kunnen verbeteren. We houden als het enigszins kan rekening met tijden dat buren buiten zijn en met de windrichting.

5. Akkerbouwers gaan meer promotie maken waarom ze gewasbeschermingsmiddelen gebruiken: vaak denken burgers dat boeren alleen voor eigen gewin met gewasbeschermingsmiddelen spuiten. De NAV denkt dat akkerbouwers veel beter moeten uitleggen dat gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt om de oogst veilig te stellen en daarmee voedselverspilling tegengaan, dat ze de voedselveiligheid bevorderen door het bestrijden van giftige schimmels en dat ze voor een aantal zaken verplicht zijn, zoals aardappelziekte en knolcyperus.

6. Op elk gewasbeschermingsmiddel een sticker met aandroogtijd, dampdruk, invloed UV en uitspoelingsgevoeligheid: inmiddels is duidelijk geworden dat middelen niet alleen via afspoeling maar ook door verdamping en verspreiding door de lucht buiten de akkers terecht komen. De NAV pleit er voor dat fabrikanten het makkelijker maken om rekening te houden met de stofeigenschappen, door de belangrijkste op een simpele sticker op de verpakking te zetten. Boeren denken vaak dat ze het wel weten, maar dat bleek op de regioavonden toch tegen te vallen. De NAV gaat de fabrikanten aanschrijven met dit idee. Het antwoord van de aanwezigen uit de industrie op het jaarcongres was dat het al in het aangehechte boekwerk staat, maar ons punt is nou juist dat mensen dat kennelijk te weinig lezen omdat het lastig is met handschoenen aan, enzovoort.

7. Bij invoering van spuitvrije zones een vergoeding van € 2,5 per m2 per jaar: uit de NAV ledenpeiling blijkt dat boeren die een spuitvrije zone krijgen opgelegd rondom bebouwing en/of een natuurgebied, daar een aanzienlijk deel van hun bedrijf mee kwijt kunnen zijn. De NAV vindt het niet meer dan redelijk dat het areaalverlies jaarlijks wordt gecompenseerd. De vergoeding moet uiteraard in de loop der jaren worden geïndexeerd.

8. Leveranciers gaan stoppen met reclame maken voor middelen en in plaats daarvan meer kennis delen over gewasbeschermingsmiddelen: de NAV denkt dat het budget van fabrikanten voor reclames voor gewasbeschermingsmiddelen inmiddels weggegooid geld is. Immers, er is zo weinig keus dat van concurrentie tussen middelen nauwelijks meer sprake is. Ons voorstel is om het budget in te zetten in het meer delen van kennis over optimale toepassing en dergelijke. We nemen deze suggestie ook op in onze brief aan de fabrikanten.

9. Met leveranciers overleggen over het verbeteren van de geur en de kleur van gewasbeschermingsmiddelen: ook dit punt gaan we voorleggen aan fabrikanten. Sommige middelen hebben zo’n penetrante geur of opvallende kleur, dat dat door burgers veel sterker wordt gelieerd aan giftigheid dan wellicht nodig. Ook als de werkzame stof een felle kleur heeft moet dit toch technisch te neutraliseren zijn zonder effectiviteit te verliezen.

10. Er komt gedegen onderzoek naar tegengaan verwaaien, verstuiven en andere verspreiding van middelen, bijv. door de BO Akkerbouw: tot nu toe heeft onderzoek zich vooral gericht op afspoeling van gewasbeschermingsmiddelen en verspreiding naar het oppervlakte- en grondwater. Inmiddels wordt duidelijk dat verspreiding door de lucht ook een factor van belang kan zijn. De NAV pleit er voor om dit nader te onderzoeken, zodat we ook kennis vergaren hoe dit tegen te gaan. Op diverse plaatsen denkt men over een dergelijk onderzoek. De NAV pleit er voor dit centraal op te pakken en voert het op als projectindicatie bij de BO Akkerbouw.

Mocht u nog punten missen die we ook moeten meenemen of heeft u vragen over dit 10-punten-plan, dan kunt u contact opnemen met het NAV-bestuur via info@nav.nl.