Op 17 april heeft staatssecretaris Erkens zijn plannen omtrent een convenant gewasbescherming bekend gemaakt. De NAV ziet verschillende positieve aanknopingspunten. Het is goed dat wordt benadrukt dat een blijvend goed gevulde gereedschapskist nodig is om ziekten, plagen en onkruiden te bestrijden. Plantaardige productie is tenslotte een essentieel onderdeel van voedselzekerheid. De NAV vindt ook het tijdpad tot 2040 realistisch, want er zijn momenteel nog te weinig haalbare en betaalbare oplossingen. Het is ook goed dat ketenpartijen ook aan tafel zitten, want het risico van de gewenste veranderingen kan natuurlijk niet eenzijdig bij de telers worden neergelegd! Ketenpartijen, zowel veredeling als toeleveranciers van groene gewasbeschermingsmiddelen zijn onmisbaar in verduurzaming. Gezien het breed maatschappelijk belang van zowel voedselzekerheid als voedselveiligheid is betrokkenheid van complete ketens van belang van producent tot consument, bijvoorbeeld middels het opnemen van meer weerbare rassen.

Natuurlijk hebben we ook kanttekeningen bij de Kamerbrief. De definitie van schadelijke stoffen is vaag en ook is niet helder of men beseft dat groene/biologische middelen niet per definitie minder ‘schadelijk’ zijn. En er is ook een duidelijke kennislacune over welke hoeveelheden die bijvoorbeeld in natuurgebieden worden teruggevonden daadwerkelijk schadelijk zijn.

De weergave van gebruik in kg is niet geschikt. Immers, groene middelen worden vaak in grotere hoeveelheden gebruikt. Het is goed dat verderop in de brief wordt aangegeven dat zal worden gerekend met milieubelasting. Ook vragen wij ons af of er ook maatregelen zullen worden genomen tegen andere bronnen van pesticiden in water en natuurgebieden, zoals muggenmiddelen en vlooien- en tekenmiddelen die veelvuldig worden gevonden in water, natuur en bij burgers.

Wat betreft de bouwstenen zet de NAV kanttekeningen bij zonering. Zie ook ons recente kennisartikel over dit onderwerp op www.nav.nl. We ondersteunen van harte de oproep van de staatssecretaris aan formerende partijen in gemeenten om landelijke regie op dit onderwerp af te wachten en dit geldt wat ons betreft ook voor provincies.

Wij zien kansen voor een stimulans voor de héle keten inclusief de consument voor een verduurzamingsslag van de plantaardige keten, maar daarbij moet afwenteling op andere doelen wel duidelijk worden meegenomen. Wanneer minder gewasbescherming leidt tot meer uitstoot vanwege mechanisatie bijvoorbeeld, of tot minder voedselproductie of minder bestaanszekerheid voor primaire producenten, schiet een convenant zijn doel voorbij. Onze tool NAVigator geeft een duidelijke inkijk in waar afwenteling plaatsvindt (www.nav.nl).

Al met al biedt een convenant kansen om de verduurzaming van plantaardige productie te stimuleren. Daarbij geldt wat de NAV betreft wel als randvoorwaarde dat er geen koppen op Europese regelgeving komen, dat er een gelijk speelveld is met andere lidstaten en dat de maatregelen worden gebaseerd op wetenschappelijke onderbouwing.