De NAV heeft al vanaf de oprichting bezwaren tegen vrijhandelsverdragen. De NAV vreest dat de kans klein is dat boeren in een volledig vrije markt structureel kostendekkende prijzen voor hun producten krijgen. Daarvoor zijn boeren in de keten een veel te kleine speler t.o.v. de vaak wereldwijd opererende afnemers. Doordat er heel veel meer aanbieders zijn dan afnemers ligt de regie bij de tussenschakels in de keten, de voedselverwerkende industrie en de grote handelsbedrijven. Omdat de aanbieders (boeren) vaak massaal in een markt stappen die aantrekkelijk lijkt, dreigt al snel overproductie. Voor een eerlijke prijs uit de markt is een goed markt- en prijsbeleid nodig en een overheid die zo nodig de voorwaarden wil scheppen om vraag en aanbod weer op elkaar af te stemmen. Zo kunnen overproductie en grote tekorten worden voorkomen. Hiervoor is wel een overheid nodig die zo nodig wil reguleren om voedselzekerheid en maximale zelfvoorziening te garanderen. De beste garantie voor voedselzekerheid is de producenten een eerlijke prijs voor hun producten te geven.

De NAV is voorstander van voedselsoevereiniteit, d.w.z. dat een land of groep van landen (zoals de EU) zijn eigen landbouw- en voedselbeleid kan vormgeven en daarvoor ook zo nodig zijn markt mag afschermen. Dit is bij het neoliberale beleid in ons land en de EU onmogelijk.

De WTO

De vrijhandelsverdragen die de EU met allerlei landen en groepen van landen afsluit, zijn gebaseerd op de regelgeving van de WTO (World Trade Organisation), waarin beide partners elkaars standaarden moeten erkennen. Er kunnen enige eisen gesteld worden aan voedselveiligheid, maar niet aan de productiewijze (milieu, klimaat, dierenwelzijn en arbeidsnormen) van importproducten. En daarnaast gaat men dan de importtarieven zoveel mogelijk naar nul brengen. Die eisen aan de productiewijze en tarieven worden als handelsverstoringen gezien die moeten worden weggenomen. Voor landbouw en voedsel is juist het probleem dat de EU veel hogere eisen stelt aan de productiewijze dan bijv. Brazilië, waardoor Europese boeren in een enorm nadelige concurrentiepositie komen. Om hier wat aan te doen kun je dezelfde eisen aan de importproducten stellen als aan Europese boeren of het verschil in kostprijs vereffenen door importheffingen. Maar deze mogelijkheden om Europese boeren te beschermen geef je juist weg door de handelsverdragen.

Landbouw buiten handelsverdragen

Om aan het hierboven beschreven dilemma te ontkomen, pleit de NAV er al langer voor om landbouw en voedsel uit de handelsverdragen te halen, zodat de WTO-regels niet van toepassing zijn. Internationale handel is prima zolang beide partijen daar voordeel bij hebben. Ons land heeft het klimaat en de infrastructuur om uitstekend uitgangsmateriaal te telen en we kunnen daar heel veel landen met minder gunstige omstandigheden van voorzien. En importeren van wat we zelf niet kunnen telen in Europa, zoals koffie, is ook prima. En dat Senegal uien importeert op het moment dat er uit eigen land geen uien op de markt zijn en de grenzen sluit op het moment dat er wel ‘eigen’ uien zijn, vindt de NAV goed. Dit zou volgens de WTO-regels niet moeten kunnen, maar is voor de consument en producent in Senegal een mooie oplossing. Dus er is niks tegen import of export, maar dat landen verplicht zijn, volgens de WTO, om hun grenzen te openen voor producten die ook in eigen land geproduceerd kunnen worden, is niet in belang van de producent en consument van dat land.

Landbouw als wisselgeld

Een ander bezwaar van de NAV tegen de huidige vrijhandelsverdragen is dat landbouw en voedsel in de veelomvattende verdragen vaak als wisselgeld worden gebruikt. In het EU-Mercosur verdrag heeft de EU om de auto-industrie een gemakkelijker toegang te geven op de markt van de Mercosur landen, geaccepteerd dat de EU de grenzen opent voor vlees en suiker, die in de EU ook meer dan voldoende geproduceerd kunnen worden. Landbouw uit de veelomvattende handelsverdragen halen voorkomt dit.
En tenslotte zien we dat de gevolgen van handelsverdragen lang voelbaar blijven. Zo hebben we bij de eiwittransitie hier nog altijd last van het Blair House akkoord van 1992, waardoor we de goedkope import van plantaardig eiwit niet kunnen belasten.

Er zijn veel argumenten om de WTO-regels aan te passen, maar omdat dit lang duurt lijkt het de NAV de kortste klap om landbouw uit de veelomvattende handelsverdragen te halen.

Haast van EU

Onder Trump staat het automatische bondgenootschap van de VS en de EU onder druk. Daarom is de EU hard op zoek naar andere partners en om die aan zich te binden gebruikt men de handelsverdragen. De afgelopen jaren kwam er meer begrip voor de kritiek die de NAV al jaren lang heeft op de handelsverdragen, maar in het huidige geopolitieke daglicht verdwijnt dat begrip weer als sneeuw voor de zon.

EU-Mercosur

Recent volgen de ontwikkelingen rond Mercosur elkaar snel op. Het kabinet Schoof is na lang aarzelen voor het verdrag. En ook de nieuwe Tweede Kamer is voor, in tegenstelling tot de oude Tweede Kamer die verschillende moties tegen Mercosur heeft aangenomen. In de Europese Raad van Ministers was er uiteindelijk een meerderheid voor het verdrag. Begin januari heeft Von der Leyen in Uruguay het verdrag namens de EU ondertekend. Het Europees Parlement (EP) heeft met een nipte meerderheid (334 voor, 324 tegen en 11 onthoudingen) een motie aangenomen om het verdrag eerst nog aan het Europese Hof van Justitie voor te leggen. Het EP heeft ook besloten pas over het verdrag te stemmen na een uitspraak van het Hof, wat zeker anderhalf jaar kan duren. Of de uiteindelijke invoering van het verdrag zo lang gaat duren is de vraag, want er is grote druk vanuit een aantal Europese landen (waaronder ook Nederland) om het verdrag al dit voorjaar voorlopig van toepassing te verklaren. Daarmee zou het vrijhandelsdeel al in werking gaan en daar hebben we als landbouw juist het meest last van. Dus de situatie rond dit verdrag blijft nog steeds onzeker, maar de druk om nu door te zetten is groot.

Verdrag met India

Op 27 januari 2026 sloot de EU een akkoord over de inhoud van een handelsverdrag met India. Dit akkoord moet nog goedgekeurd worden door de lidstaten en het Europees Parlement en door de regering en parlement van India. Er lijken in de tekst van dit verdrag geen veranderingen van tarieven te worden voorgesteld voor gevoelige producten. Dat houdt in dat we in Europe geen goedkope producten uit India hoeven te accepteren, die we hier ook kunnen produceren. En andersom. Er komen alleen tariefverlagingen voor producten uit India die we hier niet produceren. We houden u op de hoogte.