NAV mist aandacht voor eigen productie in strategische agenda voedselzekerheid
Staatssecretaris Silvio Erkens heeft op 8 juli dit jaar de Tweede Kamer een brief gestuurd waarin hij een Strategische Agenda Voedselzekerheid presenteerde. Deze brief begint als volgt:
‘Nederland en de Europese Unie kennen een hoge mate van voedselzekerheid. Mede dankzij efficiënte voedselproductie, internationale handel en goed functionerende logistieke ketens is gezond en veilig voedsel voor de meeste mensen beschikbaar en toegankelijk. Desalniettemin stellen toenemende geopolitieke spanningen de vanzelfsprekendheid van die voedselzekerheid steeds meer op de proef. Gebeurtenissen elders in de wereld beïnvloeden de productie, distributie en prijzen van voedsel in Europa en in Nederland. Tegenwoordig volgen ontwikkelingen elkaar in een ongekend tempo op: de coronapandemie, de Russische agressieoorlog tegen Oekraïne en de recente afsluiting van de Straat van Hormuz hebben tot grote schokken op de wereldmarkt geleid. Daarnaast werken geopolitieke spanningen door in handelsrelaties, bijvoorbeeld in de vorm van toenemend protectionisme, tarieven of het bewust gebruiken van handelsstromen als drukmiddel. Deze ontwikkelingen leiden in Nederland en de Europese Unie tot op heden niet tot voedseltekorten, maar zetten door stijgende kosten van energie, grondstoffen en voedingsmiddelen, en verstoring van logistieke ketens de voedselvoorziening wel degelijk onder druk. Dit vertaalt zich in hogere voedselprijzen, onzekerheid en verminderde stabiliteit.’
Deze inleiding omschrijft volgens de NAV heel goed tegen welke achtergrond de voedselproductie plaatsvindt en met welke problemen de voedselproductie te maken heeft om toch voor voedselzekerheid voor de samenleving te kunnen zorgen. De NAV pleit al heel lang voor een brede voedselstrategie om antwoord te geven op vragen als:
– hoeveel ruimte willen we in Nederland inruimen voor de voedselproductie?
– welke vorm van voedselproductie heeft de voorkeur?
– in welke mate wil Nederland zelfvoorzienend zijn, dit tegen de achtergrond van de in het citaat genoemde geopolitieke onzekerheid?
– hebben we goed in beeld welke effecten voorgenomen beleid t.a.v. bijvoorbeeld bemesting, gewasbescherming, terugdringen stikstofemissie, natuurherstel en -uitbreiding, woningbouw, infrastructurele werken heeft op de totale voedselproductie?
Bijzonder genoeg geeft deze Kamerbrief daar geen enkel antwoord op. De hierboven geciteerde inleiding van deze Kamerbrief doet vermoeden dat er een pleidooi volgt voor de versterking van de voedselproductie in ons eigen land. Maar niks is minder waar: de term zelfvoorziening of mate van zelfvoorziening komt in deze brief niet één keer voor en er wordt ook nergens in de Kamerbrief gewezen op het belang daarvan.
Wel wordt voortdurend gewezen op het belang van handel en handelsakkoorden voor de voedselzekerheid van Nederland en Europa. Er wordt ook wel gewezen op de impact van de klimaatverandering op de voedselketens. Daarbij wordt er weer niet gewezen op de negatieve gevolgen van de klimaatverandering op de omvang van de voedselproductie in het zuiden van de EU en dat het op peil houden of de versterking van de voedselproductie in het noorden van de EU wel eens van strategisch belang kan zijn. Erkens vertrouwt erop dat we op de wereldmarkt wel voldoende voedsel kunnen kopen en dat dit negatieve gevolgen kan hebben voor de voedselzekerheid van andere, minder draagkrachtige landen, wordt niet genoemd.
Bijzonder is wel dat de regering een onderzoek laat uitvoeren door het Instituut Clingendael naar het eventuele belang van het aanhouden van strategische voedselvoorraden. Tot nog toe was dat in het neoliberale denken vloeken in de kerk, omdat die voorraden storend kunnen zijn voor de vrije handel. De onmiddellijke pijlsnelle prijsstijgingen van o.a. voedsel en energie na geopolitieke verstoringen als de Russische inval in Oekraïne of de afsluiting van de Straat van Hormuz, hebben kennelijk het inzicht doen groeien dat strategische voorraden dergelijke effecten kunnen dempen. Strategische voorraden maken al langer deel uit van de voorstellen van de NAV, goed dat dat nu ook bij het kabinet in beeld is.
Al met al vindt de NAV dat het huidige kabinet met deze Kamerbrief blijk geeft van een nog erg beperkte voedselstrategie. Om te beginnen zou het goed zijn om de mate van zelfvoorziening van de voedselproductie in ons land in beeld te brengen en ook de invloed van alle beleidsvoornemens op deze mate van zelfvoorziening duidelijk te maken.











