De afgelopen tijd zien we verschillende en vooral tegenstrijdige bewegingen op het dossier van de ‘omvallende’ natuur. Enerzijds is het Ontwerp-Natuurplan ingediend in Brussel en wordt de wetgeving voor implementatie voorbereid, anderzijds zien we dat men in Brussel bij de Europese Commissie en het Europese Hof van Justitie begint door te krijgen dat de huidige wetgeving wellicht te veel beperkingen oplegt aan sociale en economische activiteiten.

Ontwerp-Natuurplan

In de juni-uitgave van dit blad hebben we een overzicht gegeven van de Europese Natuur Herstel Verordening (NHV). Volgens de NHV moeten alle lidstaten een Natuurplan indienen. Het eerste concept moest 1 september 2026 zijn ingediend en daar is aan voldaan door het Ministerie van LVVN. Dit ontwerp is nog niet opengesteld voor zienswijzen van belanghebbenden, wat in de ogen van de NAV indruist tegen het Verdrag van Aarhus, zoals wij ook al een aantal keren hebben aangegeven bij LVVN. Antwoord is steevast dat internetconsultatie nog komt, maar aangezien het altijd al lastig is om iets aan plannen van LVVN te wijzigen zal dit alleen maar lastiger zijn wanneer het al ingediend is bij de EC.

Het Natuurplan stelt doelen voor o.a. stedelijke omgeving, landbouw en water. Voor landbouw gaat het in grote lijnen om biodiversiteit, vogels van het buitengebied, graslandvlinders en bestuivers, plus vernatting van veenweidegebieden. Er zijn tussendoelen in 2030, 2040 en 2050. Een en ander moet per 1 januari 2028 ingaan.

De minister stelt in een begeleidende Kamerbrief: ‘Nederland kiest voor een zo lastenluw mogelijke uitvoering van de NHV, zonder nationale koppen. De verordening bevat meerdere verplichtingen die zijn gericht op het realiseren van een positieve trend, waarbij lidstaten zelf het ambitieniveau bepalen. Voor de relevante indicatoren stelt Nederland uiterlijk in 2030 een bevredigend niveau vast, (…..). Daarnaast biedt de NHV een specifieke uitzondering voor nationale Defensie en hernieuwbare energie en houdt zij rekening met bepaalde overmachtssituaties (natuurrampen), onvermijdelijke transformaties door klimaatverandering, dwingende redenen van groot openbaar belang en negatieve effecten van handelen of nalaten van derde landen, waarvoor lidstaten niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden.’ Opvallend vindt de NAV hier dat voedselproductie en voedselzekerheid niet worden genoemd! En zorgelijk, zoals wij ook eerder schreven, is dat de lidstaten zelf het ambitieniveau mogen bepalen. Zorgelijk, omdat we in Nederland langzamerhand een traditie krijgen van onhaalbare doelen waar van alles voor wordt opgeofferd.

Het Natuurplan telt nu 250 pagina’s. Er staan nog weinig concrete maatregelen in. In grote lijnen is de inzet om de doelen zoveel mogelijk te bereiken in Natura2000-gebieden, zodat daarbuiten minder ingrepen nodig zijn. Er zijn doelen voor terrestrische (op land gelegen) gebieden waar landbouw onder valt, stedelijk gebied, grote wateren en bossen.

Voor de landbouw zijn graslandvlinders en landschapselementen als doelen gekozen. Daarnaast is er een opgave voor bestuivers en vooral voor veehouderij is er een flinke opgave voor vernatting van veengronden. In dit stadium is nog niet duidelijk hoeveel landbouwgrond dit gaat kosten. Het kabinet wil de doelen voor landbouw stimuleren door uitbreiding van ANLb naar meer regio’s, met meer geld en met langere contracten.

De uitwerking naar het definitieve natuurplan volgt in de komende 12 maanden. De deadline is 1 september 2027 en maximaal 6 maanden na de reactie van de Europese Commissie. De bedoeling is dat per regio en per natuurgebied een plan wordt opgesteld. Al die plannen moeten dan optellen tot de nationale doelen. Er is een sterke interactie met de stikstofplannen en de KRW, maar hoe dat uitpakt is in dit stadium onduidelijk.

De effecten voor de akkerbouw verschillen per regio. Er moet ook nieuwe natuur bij komen, maar die oppervlaktes lijken vooralsnog redelijk gematigd. Wel zal er veel agrarisch natuurbeheer bij moeten komen om de doelen te halen. Met name in zones rondom Natura2000-gebieden en NNN-gebieden kunnen de gevolgen groot zijn, vanwege de door dit kabinet voorgestelde zonering. Het is zaak om dit gedetailleerd te bekijken en mee te nemen in de zienswijze die we gaan indienen.

Juridisch gezien valt de NHV onder de Omgevingswet. Deze wet moet dan wel worden aangepast. En daar wordt het zorgelijk, want in feite wordt nieuwe wetgeving met verplichtingen, controles en eventuele vergunningsplichten opgetuigd. Daar hebben we in Nederland al meer dan genoeg van! Het gevaar doemt levensgroot op, dat het natuurplan tot nieuwe beperkingen, belemmeringen en vergunningen leidt voor de landbouw.

Er is ook hoop

En terwijl lidstaten druk bezig zijn met het opstellen van natuurplannen en de implementatie van de NHV krijgt de EC door dat de huidige natuurwetgeving misschien al te beperkend werkt. Men heeft in juli/augustus een vragenlijst opengesteld om te onderzoeken of de Vogel- en Habitat Richtlijn (VHR) misschien te veel problemen oplevert voor economische en sociale activiteiten. De NAV heeft deze vragenlijst ook ingevuld. In Nederland waren er een kleine 300 deelnemers aan de enquête, in totaal zo’n 8500, waarvan de meeste in Duitsland, Frankrijk, Spanje en Roemenië. De EC is voornemens voor de jaarwisseling met een reactie te komen.

Uitspraak Europese Hof

Het Europese Hof van Justitie heeft eerder dit jaar een uitspraak gedaan in een zaak in Oostenrijk, die verregaande consequenties kan hebben in alle lidstaten. Kort samengevat komt het er op neer, dat het voor de Vogelrichtlijn niet nodig is en niet kan worden verwacht, dat elk risico op een negatief effect voor de natuur wordt voorkomen. Deze toch tamelijk opzienbarende uitspraak heeft Nederland, het ministerie, de Raad van State, diverse provinciebestuurders en alle ambtenaren die wij hebben gesproken nog niet bereikt. Het is voer voor juristen hoe dit verder uitpakt in de discussie over de balans tussen economie en natuur.

In de Vogelrichtlijn staat een bepaling die er op neer komt dat economische activiteiten niet te allen tijde moeten worden opgeofferd om vogels te beschermen. Door een bepaling in de Habitatrichtlijn geldt dit ook voor habitats van planten. In Nederland eisen rechters en de Raad van State tot nu toe dat élk risico op een negatief effect aantoonbaar moet worden uitgesloten. Alleen voor landbouw, dat dan weer wel. Daar zijn de huidige discussies over zonering voor stikstof en voor gewasbescherming op gebaseerd. Het kan voor de landbouw zeer de moeite waard zijn om verder uit te zoeken wat de juridische consequenties zijn van de uitspraak van het Europese Hof.

Reactie NAV

De NAV is voorstander van een gezonde natuur, gezonde bodems en een goede waterkwaliteit. We missen alleen in de huidige benadering van natuurbescherming een goede afweging tussen de belangen van natuur en die van economie, met name de landbouw. In het Natuurplan wordt wel gesteld dat men zaken zoveel mogelijk binnen bestaande gebieden wil oplossen, maar garanties en echte afwegingen worden er (nog) niet gemaakt. Wat wij ook merkwaardig vinden is dat vaak meteen wordt gesproken over uitbreiding van areaal voor habitats en diersoorten die het moeilijk hebben. De NAV hoopt dat eerst eens goed wordt gekeken naar beheermaatregelen om de toestand in bestaande gebieden te verbeteren.

De aanpassing van de Omgevingswet wordt in 2027 behandeld in de Kamer en moet uiterlijk 1 januari 2028 ingaan. De NAV roept bij deze op om op te passen dat deze wetgeving alles niet weer net zo op slot zet als de huidige stikstofwetgeving. Het is essentieel dat bestaande activiteiten niet vergunningsplichtig worden, dat beperkingen voldoende worden gecompenseerd en dat er rechtszekerheid is voor boerenbedrijven.

Alles staat of valt met reële, haalbare doelen en een goede afweging tussen natuur en sociale en economische activiteiten. Als bepaalde vogels het noordelijker zoeken door klimaatverandering, moet dan hier het areaal worden uitgebreid of accepteren we dat die vogels zelf mogen kiezen waar ze willen leven? Als door de stikstofplannen het areaal grasland sterk wordt gereduceerd, hoe wordt dan stijging van weidevogels en graslandvlinders bereikt? Als akkers worden volgebouwd, worden dan de doelen voor landschapselementen lager of verdeeld over minder areaal? En tenslotte: hoe pakt dit alles uit voor de voedselproductie? Tekenend is een voorbeeld in de tekst van een veehouder die nu een kudde natuurvee van Brabants Landschap beheert. Dat wordt gezien als een goed alternatief voor hem, maar dat hij dan geen voedselproducent meer is maar herder wordt niet genoemd.

Samenvattend hoopt de NAV dat de enquête die de EC heeft gehouden en de uitspraak van het Europese Hof samen een meer realistische afweging gaan geven tussen economie en ecologie. Ook bij Nederlandse beleidsmakers en rechters.

Voor de liefhebbers: het hele natuurplan is te vinden op https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2026D39383&did=2026D39383