Veel discussie over stikstofplannen
Op 26 juni heeft het kabinet Jetten haar stikstofplannen gepresenteerd onder de naam ‘Weer ruimte voor boer, natuur en bouw: maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof.’ Jetten was er in zijn persconferentie al heel trots op en later die middag gaven ministers Van Essen (LVVN) en Karremans (I&W) ook een hele blije persconferentie. Tegelijkertijd werden er veel documenten als bijlagen bij de stikstofbrief online gezet en druppelden in de dagen erna de reacties binnen. Op 1 juli was er een lang Kamerdebat over, waarin links en rechts lijnrecht tegenover elkaar stonden.
Grote lijnen
Ten eerste wordt de kritische depositiewaarde (KDW) vervangen door emissiereductiedoelen: 42-46% NH3 reductie voor de landbouw en 50% in de industrie, 50% NOx reductie in de mobiliteit, voor 2035. De maatregelen voor de landbouw zijn: doelsturing met afrekenbare emissienormen per bedrijf voor de veehouderij, terugdringen van veldemissies met middelvoorschriften, een grondgebondenheidsnorm van 2,6 GVE/ha en zones van 500 of 1000 m rondom stikstofgevoelige Natura2000-gebieden. Voor mobiliteit en industrie gaat het om verduurzaming van scheepvaart, bouwmaterieel en wegverkeer en bovenwettelijke ammoniakreductie in de industrie. Opvallend is dat aan de luchtvaart geen reductie wordt opgelegd. Daarnaast wordt breed geïnvesteerd in natuurherstel.
Er komt een Spoedwet Vervangen Omgevingswaarde Stikstof, waarin de borging van het pakket moet worden vastgelegd. Voor de landbouw geldt een tussendoel van 23-25% reductie in 2030. Het kabinet wil eind 2027 een hogere rekenkundige ondergrens (RKO) invoeren. Met het Programma Maatwerk PAS-melders worden de PAS-melders geholpen.
Men is er van overtuigd dat met dit pakket handhavings- en intrekkingsverzoeken worden voorkomen en binnen een jaar weer vergunningen kunnen worden verleend, als provincies per gebied aangeven welke reductie ten goede komt aan de natuur.
Details in de bijlagen
De belangrijkste informatie staat in alle bijlagen. We focussen hier op zaken die de akkerbouw raken. Ten eerste worden nu geen zones aangelegd rondom de grote wateren en om 41 niet-stikstofgevoelige natuurgebieden. Geen zonering om grote wateren is zeer gunstig, maar er komt nog een selectie van kwetsbare watergebieden, vooral beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden, met daar te nemen maatregelen. Wat er in de voorgestelde zones rondom natuurgebieden wel en niet mag moet nog worden vastgesteld, maar men wil daar 20% extra reductie van ammoniakuitstoot bereiken, door extensiverende of stoppende boeren. De vraag is wat dit voor akkerbouwbedrijven in zo’n zone gaat betekenen. De eerder in de lucht hangende koppeling met verbod op gebruik van gewasbeschermingsmiddelen lijkt met het convenant gewasbescherming te zijn tegengehouden.
Bij de vastgestelde GVE-norm van 2.6/ha geldt dat samenwerking tussen een akkerbouwer en een veehouder alleen kan binnen een afstand van 25 km.
Het kabinet wil voorts een toename van het aandeel biologisch en wil dit bereiken met meer kennisverspreiding.
Debat
In het eindeloze debat op 1 juli werd duidelijk dat verschillende partijen twijfelen aan nut en noodzaak van brede bufferzones rondom natuurgebieden. PRO had al van te voren aangegeven dat men alleen akkoord zou gaan als het voorgestelde pakket niet wordt versoepeld en dat zette het hele debat redelijk op slot.
Opvallend is dat noch de meeste Kamerleden, noch de minister het verschil wisten tussen een rekenkundige ondergrens (RKO, de grens waaronder het model niet kan uitsluiten dat de neerslag meer is dan nul) en een drempelwaarde. Want de minister bleef toch herhalen dat diverse kleine emissies kunnen optellen tot boven de RKO, terwijl hij in feite de drempelwaarde bedoelt. Met name Grinwis (CU) en Flach (SGP) bleven hier op doorvragen, maar kwamen er niet doorheen. Een verzoek van BBB om de RKO per direct te verhogen haalde het dan ook niet, terwijl toch wetenschappers het er over eens zijn dat dit gewoon kan. Ook het rare feit dat men wel de KDW uit de wet wil halen maar vooralsnog toch met het totaal ongeschikte Aerius model blijft werken is onbegrijpelijk.
Er was ook nogal wat discussie over de staat van de natuur. Staat die nou op omvallen of niet? De Vos (FvD) haalde rapporten aan van het ministerie die melden dat 80% van de Natura2000-gebieden in goede staat is, terwijl de minister vasthoudt aan hoge percentages van bepaalde soorten en habitats die niet in goede staat zijn. Bromet (PRO) spande wel de kroon met haar opmerking dat ze gewoon de stikstofdebatten zat is en het niet meer uitmaakt wie gelijk heeft, als nu maar de veehouderij wordt aangepakt.
Reactie NAV
De NAV had voorafgaand aan het debat een reactie op hoofdlijnen gegeven voor de akkerbouw aan de Kamerleden. Daarin hebben wij gepleit voor beginnen met een voedselvisie: wat en hoeveel willen we nou eigenlijk produceren in de Nederlandse landbouw. Nu is er totaal geen berekening van het effect van de maatregelen op de productie. De productie is de toevallige resultante van alle beperkingen en regels die worden opgelegd. We waren verheugd dat Dassen (Volt) dit inbracht en dat Beckerman (SP) er zelfs een motie voor indiende, die helaas werd verworpen. Eerder is er een motie aangenomen dat er voor de zomer van 2026 een voedselvisie moest komen, dus wellicht komt deze nog, voordat het kabinet op reces gaat.
Een ander punt wat wij hadden ingebracht is de onwerkbaarheid van 25 km afstand voor samenwerking tussen melkveehouders en akkerbouwers. In eerdere plannen van LVVN hield dit ook meteen een afstandsbeperking in voor vervoer van mest, maar de minister antwoordde op vragen hierover dat het alleen gaat over meetellen van de hectares voor de grondgebondenheid. Bij een norm van 2.6 GVE/ha zou er mest overblijven voor akkerbouwers, maar een goede impact analyse lijkt ons alsnog gewenst.
De NAV vindt het onduidelijk wat nu de intenties zijn van het kabinet: stapt men nu wel of niet af van het Aerius model en waarom kan de RKO niet sneller worden verhoogd? De impact voor de veehouderij gaat groot zijn, maar wat is de borging dat hiermee ook daadwerkelijk vergunningen kunnen worden afgegeven en de PAS-melders uit de problemen worden gehaald? De NAV is wel positief over het feit dat natuurmonitoring openbaar wordt en TBO’s worden afgerekend op resultaat.
Tenslotte vragen wij ons af hoe het kabinet de vraag naar biologische producten daadwerkelijk wil vergroten, want enkel met als Rijksoverheid zelf alleen maar biologisch inkopen kom je er niet.
Moties
Ook de Tweede Kamer heeft nog haar twijfels, wat zich uitte in een aantal moties over zonering en borging. Vooral moties over juridische borging en borging van natuurverbetering werden uiteindelijk aangenomen. Een motie van Dassen om niet alleen naar biologisch voedsel te kijken maar ook naar meer plantaardig voedsel, kweekvlees en zeewier werd aangenomen. Een motie van BBB om ook de agrarische vakbonden en Agractie te betrekken bij het maatschappelijk strategisch overleg haalde het niet. Dus ook de NAV kan vooral door lobbyen via de Tweede Kamer iets bijsturen, maar zolang de coalitiepartijen en PRO samen de gelederen gesloten houden verandert er niets aan de plannen, vrezen wij.
De plannen hebben grote gevolgen voor de veehouderij en waarschijnlijk ook voor akkerbouwers in de zones rondom stikstofgevoelige N2000-gebieden en in beekdalen. Die gevolgen moeten in de uitwerking zowel in beeld worden gebracht als zoveel mogelijk worden beperkt, is de inzet van de NAV.











