In het regeerakkoord van het huidige kabinet is afgesproken dat er een convenant gewasbescherming wordt gesloten tussen overheden, sector en maatschappelijke organisaties. Voor de sector zitten LTO, NAJK, Greenports en de BO Akkerbouw aan tafel. Een dezer dagen wordt stap 1 gezet: het tekenen van een convenant op hoofdlijnen. Daarin staan de afspraken op hoofdlijnen en de intentie om deze verder uit te werken. In het komende half jaar worden de hoofdlijnen uitgewerkt en worden er deelconvenanten gesloten per sector. Veel heikele punten worden dus pas de komende maanden beslecht.

Doel en hoofdlijnen

Doel van het convenant is handelingsperspectief en bedrijfseconomisch perspectief voor telers van voedsel en groen en tegelijkertijd verlagen van de milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen. Er zijn nog geen reductiepercentages vastgelegd. Belangrijk is dat deze beide doelen met elkaar in balans zijn.

De zorgen die aanleiding waren voor het convenant zijn kort samengevat dat er gewasbeschermingsmiddelen worden gevonden buiten de akkers waar ze worden toegepast, in natuurgebieden, in water, bij omwonenden en bij collegaboeren, ook als iedereen volgens de regels werkt. De hoofdlijnen gaan over zonering, waterkwaliteit, innovatie voor weerbare teeltsystemen en het instellen van een Autoriteit Gewasbescherming.

Vanuit de sectorpartijen is gesteld dat er een landelijk kader moet komen voor provincies en gemeenten voor rechtszekerheid van telers. Daarmee moet er een einde komen aan verschillen tussen gemeenten en provincies in bijvoorbeeld zoneringen (‘postcodebeleid’).

Daarnaast komen er afspraken over de waterkwaliteit. De sectorpartijen zetten zich in voor gebiedsaanpak van structurele overschrijdingen van de normen in water, in plaats van generieke landelijke beperkingen.

Verder wordt ingezet op innovatie voor weerbare teeltsystemen. De sector pleit voor een sterk innovatieprogramma voor ICM (integrated crop management) met onderzoek, kennisdeling, stimuleren van innovaties in de praktijk, versneld beschikbaar komen van alternatieven én het afdekken van risico’s.

Tenslotte komt er een Autoriteit Gewasbescherming, een private organisatie, dus geen overheid. Er komt een systeem voor ‘benchmarking’ voor teler en adviseurs: hoe doe ik het in vergelijking met anderen? Middelen worden in categorieën ingedeeld, waarbij ‘derde keus’ middelen alleen in noodgevallen beschikbaar zijn. De Autoriteit Gewasbescherming registreert het gebruik en de vooruitgang richting de doelen op geanonimiseerde manier. Omdat het geen overheid is, zijn de data niet opvraagbaar via WOO-verzoeken, essentieel voor de sectorpartijen aan tafel.

Hoe verder?

De leden van de BO Akkerbouw hebben zeer intensief overlegd in dit proces. Het NAV-bestuur heeft ook meermaals een vergadering ingelast om onze punten zo goed mogelijk over het voetlicht te krijgen. De echt moeilijke kwesties moeten nog worden uitonderhandeld.

Er is echt maatwerk nodig, niet voor elke regio en voor alle gewassen kunnen de doelen hetzelfde zijn. Essentieel bij de doelen is, dat iemand die nu al heel duurzaam produceert, niet dezelfde reductiepercentages krijgt opgelegd. Het moet gaan om hoe je teelt, niet om de reductie t.o.v. eerder. Na de zomer moeten alle afspraken concreet worden gemaakt in de deelconvenanten, dus dan wordt het echt spannend. De randvoorwaarden die nu in dit eerste hoofdconvenant staan zullen daarbij wel leidend zijn, waaronder het baseren van maatregelen op wetenschappelijke onderbouwing en niet op emotie. Er moeten voldoende alternatieven beschikbaar zijn en er moet een markt voor een minimaal kostendekkende prijs zijn. En: uiteindelijk staat of valt het convenant met een eerlijke verdeling van plichten en lasten. Dat betekent dus dat als er geen alternatieven beschikbaar komen door inspanningen van overheid en andere partijen, de telers niet worden gehouden aan de doelen. Het convenant moet er in voorzien wat er gebeurt als de doelen niet worden gehaald.

Reactie NAV

De NAV heeft een aantal punten ingebracht die vooralsnog redelijk zijn overgenomen. Wij vinden het heel belangrijk dat zaken wetenschappelijk worden onderbouwd. Dat speelt bijvoorbeeld bij zonering: niet generieke brede zones aanleggen ‘voor de zekerheid’, maar onderbouwen waarom een zone eventueel nodig is. De NAV is tevreden dat van kg/ha als maat voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen wordt overgestapt op milieubelasting. Maar: hoe zit dat met de afwenteling bij gebruik van andere methoden? Mechanisch onkruid wieden zal op de milieumeetlat of de nieuwe Milieu Indicator Gewasbescherming goed scoren, maar daarbij blijven de toename van dieselgebruik (klimaat), bodemverdichting en verstoring  van bodembroeders buiten beeld.

Ook belangrijk vinden wij de inzet van ketenpartijen. Het kan niet zo zijn dat we allerlei producten hier blijven verkopen die buiten Nederland of buiten de EU zijn geteeld met middelen die hier niet mogen worden gebruikt. Dan zou de hele verantwoordelijkheid voor het bereiken van de doelen bij de telers terecht komen, maar wat de NAV betreft is er ook een resultaatverplichting voor overheden en ketenpartijen, tot en met de consument!

Samenvattend: het is goed dat de randvoorwaarden er voor zorgen dat een convenant voor de sector werkbare doelen en verplichtingen alsmede rechtszekerheid heeft. Zonder convenant dreigen er generieke maatregelen te worden opgelegd vanuit de overheid. Waarbij we er dan niet op kunnen rekenen dat niet alle lasten bij de telers komen, dat de maatregelen wetenschappelijk onderbouwd zijn en dat ketenpartijen worden meegenomen. Zo gingen er al stemmen op in de politiek om de stikstofzones ook maar meteen spuitvrij te verklaren, maar dat kan worden tegengehouden met een convenant.

Ook kan een Autoriteit Gewasbescherming positief zijn: door een neutrale partij te laten volgen wat er gebeurt en deze ook een rol te geven in het mogen toepassen van de meest zorgwekkende stoffen in noodsituaties, wordt dit geen speelbal van de politiek.

Alles staat of valt met de deelconvenanten, maar wat de NAV betreft zijn de randvoorwaarden en de verdeling van doelen en verplichtingen in dit eerste convenant naar tevredenheid geregeld.